· Gids · 5 min lezen
Weekmenu maken met de recepten die je al hebt
Een weekmenu maken in een kwartier, uit recepten die je al opsloeg. Zo zet je ze bij elkaar, verdeel je ze over de week en houd je één boodschappenlijst over.
Je gaat zitten om het weekmenu te maken. Die curry van vorige maand staat in je favorieten op een site, de ovenschotel ergens tussen je screenshots, en het recept van je moeder in een schrift in de keukenkast. Na twintig minuten zoeken wordt het weer pasta.
Een weekmenu maken is snel, als je recepten bij elkaar staan. Deze gids gaat over beide: eerst je recepten op één plek, dan een menu in een kwartier, en aan het eind één boodschappenlijst.
Zo maak je een weekmenu, in het kort
- Zet de recepten die je echt kookt bij elkaar, op één plek.
- Kies een vast moment om te plannen, het moment dat bij jouw boodschappen past.
- Plan vijf avonden, niet zeven. Houd er één voor restjes en één vrij.
- Kijk eerst wat er al ligt: de koelkast, de diepvriezer, de aanbiedingen.
- Maak de boodschappenlijst uit het menu, samengevoegd en per afdeling.
Hieronder lees je per stap hoe je het aanpakt.
Begin bij wat je al kookt
De meeste weekmenu’s lopen vast op dezelfde vraag: wat eten we? Nieuwe inspiratie zoeken kost dan het meeste tijd. Wie al jaren plant, begint bij de eigen vaste waarden: de gerechten die iedereen lust en die je zonder nadenken op tafel zet.
- Schrijf je vaste gerechten op. Tien tot twintig is genoeg. Denk aan wat je de afgelopen maand kookte en wat er goed viel.
- Deel ze in naar hoe je kookt: doordeweeks en snel, als er tijd is, voor gasten. Dan kies je op dinsdag uit het juiste rijtje.
- Voeg per week hoogstens één nieuw recept toe. Zo groeit je lijst, zonder dat elke avond een experiment wordt.
Merk je dat je elke week hetzelfde eet? Dan helpt die lijst ook: je ziet in één oogopslag wat al lang niet meer op tafel kwam.
Zet je recepten eerst bij elkaar
Een weekmenu uit vijf plekken samenstellen kost meer tijd dan het menu zelf. De recepten staan in favorieten op sites en in apps, in screenshots, in je opgeslagen posts op Instagram, in kookboeken en op papier. En soms zijn ze weg: een site die een recept aanpast of weghaalt, of een app die na een update je favorieten kwijt is.
Neem daarom het recept zelf over, met de ingrediënten, de stappen en de bron. Een link of een bladwijzer bewaart alleen de plek waar je het zag. Hoe je dat per bron doet, van een website tot het handschrift van je oma, lees je in Recepten bewaren: zo raak je er nooit meer een kwijt.
Je hoeft niet alles in één keer te doen. Begin met de vaste gerechten van hierboven: dat zijn de recepten waar je weekmenu op draait.
Plan op een vast moment
Er is geen beste dag om te plannen. Sommigen doen het op vrijdagavond met de folders erbij, anderen op maandagochtend, of de dag voor ze boodschappen doen. Wie twee keer per week naar de winkel gaat, plant ook twee keer: in het weekend voor zaterdag tot dinsdag, en op woensdag voor de rest.
Wat wel helpt, is een vast moment. Dan wordt plannen een gewoonte van een kwartier in plaats van een vraag die elke avond om vijf uur terugkomt.
Plan vijf avonden, niet zeven
Een menu voor zeven avonden houdt zelden stand. Er komt een etentje tussen, er blijft genoeg over voor een tweede avond, of je hebt gewoon geen zin.
- Plan vijf avonden. Laat één avond voor restjes en één vrij.
- Zet het snelste gerecht op je drukste dag. Kijk naar de agenda: sport, laat werken, wie er mee-eet.
- Kook één keer extra. Een dubbele portie soep of saus is een avond die je volgende week niet hoeft te plannen.
- Wissel af zonder te rekenen. Eén keer vis, één keer vegetarisch, één keer pasta: een ruwe verdeling werkt beter dan een schema.
Kijk eerst wat er al ligt
Voor je recepten kiest, kijk je in de koelkast en de diepvriezer. Een halve courgette, een rest room of een zak spinazie bepalen vaak het eerste gerecht van de week. Daarna pas de aanbiedingen: wie in meer dan één winkel koopt, laat de folders mee beslissen over het menu.
Plan gerechten die ingrediënten delen. Koop je een bos koriander voor de curry, zet dan ook iets op het menu waar de rest in kan. Dat scheelt geld en weggegooid eten.
Van weekmenu naar boodschappenlijst
Hier gaat de meeste tijd verloren: elk recept openen, de ingrediënten overschrijven en optellen. Twee recepten met knoflook worden twee regels knoflook, en in de winkel loop je drie keer terug naar de groenten.
- Voeg samen wat hetzelfde is. Eén ui in het ene recept en twee in het andere zijn drie uien, op één regel.
- Sorteer per afdeling: groenten en fruit, zuivel, droge voeding. Dan loop je de winkel één keer door.
- Schrap wat je al hebt. Zout, olie en wat nog in de koelkast ligt, gaan van de lijst voor je vertrekt.
- Zet er meteen de rest van het huishouden op: koffie, wc-papier, het brood voor de lunch.
Samen plannen
Het weekmenu valt vaak op één persoon, en de vraag “wat eten we vanavond?” ook. Een menu dat iedereen kan zien, haalt die vraag weg. Een gedeelde boodschappenlijst doet hetzelfde in de winkel: wie gaat, ziet wat er nodig is en vinkt af, en wie thuis is, ziet wat er al in de kar ligt.
Vraag aan het begin van de week ook wie wat wil eten. Wie mee kiest, klaagt minder op woensdag.
Zo werkt het in RecipeHub
Daarvoor maken we RecipeHub. Je zet recepten bij elkaar uit een link, een geplakte tekst van Instagram of TikTok, of een foto van een kookboek of een handgeschreven recept. RecipeHub bewaart een eigen kopie van elk recept, dus een site die het aanpast of weghaalt, neemt het jouwe niet mee.
Daarna sleep je recepten naar de dagen van je week en kies je Boodschappenlijst maken. De ingrediënten van de hele week komen op één lijst, samengevoegd en gesorteerd per afdeling. Je deelt de lijst met wie mee boodschappen doet, en samen vink je af in de winkel.